Datum: augustus 2009
Bron: Beurtvaartadres douane
Aanzuivering Transit aangifte
In Augustus van dit jaar heeft de douane melding gedaan m.b.t. het moment waarop een aangifte in NCTS wordt afgemeld. Dit heeft de nodige gevolgen, die we hieronder graag willen toelichten:
NCTS – bericht van zuivering in transit (IE 45), de gevolgen voor de zekerheid
Indien de regeling douanevervoer is afgehandeld, ontvangt de aangever op enig moment een bericht van de douane. Via het NCTS-systeem ontvangt de aangever te allen tijde een elektronisch bericht ‘kennisgeving beëindiging regeling douanevervoer’. Dit bericht, het zogenaamde IE 45, was echter geen formeel bericht van zuivering/afhandeling. In sommige situaties moest de ‘echte’ afhandeling van het douanevervoer nog plaatsvinden. De betekenis van het IE 45 was dan beperkt tot het opschonen van de betreffende aangifte uit het NCTS-systeem.
Gewijzigd beleid aangifte afmelden in NCTS
Met betrekking tot het moment waarop de aangifte in NCTS wordt afgemeld - en daarmee de status van het IE 45 - heeft de douane op 3 augustus jongstleden het volgende gepubliceerd op
www.douane.nl:
“De Douane heeft besloten, nu ook de invorderingsprocedure in NCTS/Transit is opgenomen, om de afmelding van een aangifte in het NCTS-systeem/Transit uiterlijk te verrichten nadat de Uitnodiging Tot Betaling (UTB) is afgehandeld (mogelijk na bezwaar).
Tot op heden werd uiterlijk afgemeld 14 dagen na het opleggen van de UTB.”
Door dit besluit betekent het ontvangen van een IE 45 ook daadwerkelijk dat de regeling douanevervoer is gezuiverd of volledig is afgehandeld. Voorheen was dit namelijk niet het geval. Zo ontving de aangever veertien dagen na het opleggen van een UTB (uitnodiging tot betaling) het IE 45 bericht. Hiermee werd de regeling uit het NCTS gehaald, maar moest de verdere afhandeling (bijvoorbeeld betaling van de UTB of de bezwaarprocedure) nog plaatsvinden. De stelregel was; indien tussentijds een schriftelijke communicatie was ontvangen dan gebeurde de ‘echte’ afhandeling ook schriftelijk. Een geautomatiseerde monitoring voor aangevers was hierdoor niet mogelijk.
Doordat het IE 45 pas verstuurd wordt op het moment dat de regeling is gezuiverd of volledig is afgehandeld, biedt dit de aangevers meer inzicht in de actuele status en de openstaande zendingen.
Gevolgen voor het referentiebedrag / de zekerheid
Het later versturen van het IE 45 heeft mogelijk ook gevolgen voor het referentiebedrag en daarmee de te stellen zekerheid.
Het referentiebedrag is voor de aangever douanevervoer van belang voor het vaststellen van de hoogte van de (doorlopende) zekerheid. Middels het Guarantee Management System (GMS) kan er door de douane een bewaking plaatsvinden van het beschikbare referentie bedrag en of er dus voldoende zekerheid is gesteld.
Na de invoering van het GMS in oktober 2005 hebben zich echter allerlei problemen voorgedaan. In samenspraak met het bedrijfsleven heeft het ministerie van Financiën diverse maatregelen genomen en afspraken gemaakt om de problemen te ondervangen. Eén van deze maatregelen is het (tijdelijk) ophogen van het referentiebedrag van aangevers met een fictief bedrag (namelijk 1 miljard euro per aangever). Dit voorkomt dat bij het overschrijden van het referentiebedrag in het systeem de zending niet wordt vrijgegeven.
Doordat het bedrijfsleven (nog) beschikt over deze kunstmatige ophoging zullen onderstaande gevolgen niet direct merkbaar zijn. Echter, de kunstmatige ophoging wordt zoals het er nu voorstaat per 31 januari 2010 afgeschaft.
Gevolgen voor de hoogte van het referentiebedrag / zekerheid
Het referentiebedrag wordt afgeboekt op het moment dat de wegvoering wordt verkregen (IE 29) en weer bijgeboekt zodra de goederen voor aankomst worden gemeld (IE 06, dit bericht wordt door aangevers niet ontvangen) of bij een onregelmatigheid zodra het IE 45 wordt ontvangen. Met het nieuwe beleid zal, afhankelijk van de situatie, het IE 45 en dus de bijboeking op een later moment plaatsvinden. Dit kan betekenen dat aangevers een ruimere ‘buffer’ moeten hanteren bij het vaststellen van de hoogte van het referentiebedrag/ zekerheid.
Een reeds bestaand knelpunt waardoor het vervoer onnodig lang open blijft staan en waarop de aangever geen of weinig invloed heeft, is het slecht afmelden door verschillende (binnen- en buitenlandse) Douanekantoren van Bestemming of Toegelaten Geadresseerden. FENEX heeft aangegeven dit punt onder de aandacht te blijven brengen van de douane, onder meer in het kader van afschaffen van de kunstmatige ophoging. Met de nieuwe nasporings-procedure is het wel de bedoeling dat dergelijke problemen sneller worden opgelost. In dit verband is het van belang dat aangevers in de nasporingsprocedure voldoende informatie aandragen (bijvoorbeeld melden dat een afgetekende CMR, TC 11, etc. aanwezig is).
Doorlopen van vervoerszekerheid in bezwaar en bij overdracht aan andere lidstaat
Een andere wijziging ten opzichte van de oude situatie betreft de bezwaarfase. Tot voorkort werd het IE 45 ontvangen veertien dagen na oplegging van de UTB. Daarmee werd de zekerheid ook weer bijgeboekt en hoefde er geen (aparte) zekerheid te worden gesteld voor de bezwaarprocedure.
Met dit nieuwe beleid loopt de vervoerszekerheid echter door tot het moment dat het bezwaar in zijn geheel is afgerond. Dit vormt een extra last op het referentiebedrag/de zekerheid. Voorgaande is tevens van toepassing indien de invordering aan een andere lidstaat is overgedragen. FENEX zal de douane vragen naar de achtergrond en de wenselijkheid van deze gevolgen.