Datum: december 2009
Bron: Nieuwsblad Transport
De invoering van de tweede fase van het Export Control System (ECS) zou verladers wel eens veel geld kunnen kosten. Uit tests van het Europese automatiseringssysteem dat wordt gebruikt voor de uitvoer van goederen blijkt dat verladers na aangifte bij vijftien procent van de zendingen geen digitale 'confirmation of exit' van de douane ontvangen.
Daardoor wordt het voor hen lastig later bij een fiscale controle van de boeken aan te tonen dat hun goederen daadwerkelijk de Europese Unie hebben verlaten.
Dat betekent dat ze geen beroep kunnen doen op vrijstelling van het btw-tarief, maar gewoon negentien procent omzetbelasting moeten betalen. Bij grote verladers gaat het om tienduizenden euro's schade per dag, zo meent Godfried Smit, Manager European Affairs bij verladersorganisatie EVO.
In Nederland gaat op 31 januari een nieuwe fase in bij het Export Control System. Voor verladers en vervoerders verandert het nodige. Zo moeten alle partijen extra veiligheidsgegevens opnemen.
Het gaat dan onder meer om de VN-code gevaarlijke goederen en het uniek referentienummer van de zending. Ook wordt het EORI-nummer (Economic Operators Registration and Identification) in gebruik genomen, een identificatienummer waarmee alle marktdeelnemers in alle lidstaten van de EU op dezelfde manier worden geïdentificeerd. Dit EORI-nummer wordt verplicht in alle gegevensuitwisselingen met de Douane. Voor transport over zee is een verplichte elektronisch vooraanmelding noodzakelijk.
EVO vreest voor een chaos. De invoering van het nieuwe systeem is zo ingrijpend dat softwareproblemen bij de douane niet uit te sluiten zijn. Van fase een naar fase twee gaan is niet zo lastig, maar met name de introductie van het EORI-nummer kan de boel doen vastlopen.
Volgens EVO wordt rekening gehouden met een scenario waarbij alle systemen plat gaat en een noodscenario in werking moet treden. Mocht deze situatie zich voordoen, dan zal gewerkt moeten worden met aangiften op papier. Godfried Smit :'Bij eerdere releases liet de douane ons altijd weten dat we ons geen zorgen hoefden te maken en dat alles goed zou komen. Nu zijn ze een stuk minder stellig en zeggen ze dat we rekening moeten houden met problemen. Daaruit leid ik af dat ze bezorgd zijn. Maandag hebben we een nieuw overleg bij de douane waarbij we uitsluitsel hopen te krijgen. Het EORI-nummer gaat voor alle douanesystemen gelden, bijvoorbeeld Sagitta Binnenbrengen, en die zijn niet altijd goed op elkaar afgestemd.'
Volgens douanewoordvoerder Gera van Weenum is er niets bijzonders aan de hand. 'We hebben alles goed voorbereid, maar het gaat om een grote operatie. Dan is er altijd kans op problemen. Dat is nu niet anders dan anders. Hoe groot de kans is dat het fout gaat, weet ik niet. We willen gewoon een noodscenario achter de hand hebben. Dat kan een kwartier van kracht zijn of een dag, dat ligt aan de aard van het eventuele probleem. Maar in principe zijn we er gewoon klaar voor.'
Mocht het fout gaan, dat is dat voor de Nederlandse douane extra beschamend. Nederland is het enige EU-land waar de invoering van de tweede fase van ECS pas eind januari begint. De overige lidstaten zijn in 2009 al gestart. Het verkregen Nederlandse uitstel zou het gevolg zijn van automatiseringsproblemen, problemen die nu dus niet gegarandeerd uit de wereld zijn. Dit terwijl Nederland binnen de Europese Unie altijd voorop liep als het ging om uitvoering om douanewetgeving. Smit: 'Nederland is al lang niet meer het beste jongetje van de klas. Er zijn al een jaar problemen, maar ik weet niet wat de oorzaak is. Het kan zijn dat de aandacht ergens anders ligt, bijvoorbeeld bij de automatiseringsprocessen van de belastingdienst.'
Ook in de overige EU-lidstaten verliep de invoering van ECS Fase 2 niet zonder problemen. Zo werd de invoering in buurland België tweemaal uitgesteld van 1 september 2009 naar 23 september 2009. De Belgische douane gaf destijds twee redenen voor het uitstel: een aantal blokkerende fouten die tijdens het testen nog werd vastgesteld en de vraag van de softwarebedrijven om hen voldoende tijd te geven voor de implementatie bij hun klanten. Omdat ieder land echter een ander nationaal systeem heeft, is het lastig om van elkaar te leren en zo problemen voor te zijn.