Met de invoering van NCTS fase 6 wordt het Europese systeem voor douanevervoer verder aangescherpt. De nadruk ligt hierbij op strengere veiligheidscontroles bij goederen die het veiligheidsgebied van de EU binnenkomen, inclusief landen zoals Zwitserland en Noorwegen.
Opvallend is dat Nederland ervoor kiest om deze fase niet te implementeren. Dit betekent dat de gevolgen voor Nederlandse aangevers relatief beperkt blijven, al zijn er wel enkele belangrijke wijzigingen in het proces.
Belangrijkste aanpassingen in het proces
Na de update van het NCTS-systeem (in Nederland bekend als DVA) gelden de volgende veranderingen:
-
Automatische bevestiging van uitgaan
Wanneer een uitvoeraangifte wordt gestart in AES en daarna een vervoersaangifte volgt, wordt de bevestiging van uitgaan voortaan automatisch via AES verstrekt. -
Controle op het ‘previous document’
De Douane controleert bij indiening automatisch of het opgegeven export-MRN overeenkomt met de gegevens in AES.
Bij een mismatch volgt een foutmelding (IE056), waardoor de aangifte niet wordt geaccepteerd. -
Eén export-MRN per vervoersaangifte
Het is niet langer toegestaan om één export-MRN in meerdere vervoersaangiften te gebruiken.
Wil je meerdere export-MRN’s combineren? Dan moeten deze binnen één aangifte op deelzendingniveau worden toegevoegd.
Werk je met Shipmentmanager, dan wordt bij het opstellen van de vervoersaangifte automatisch het juiste export-MRN gekoppeld. Daarmee voldoe je direct aan de nieuwe eisen en voorkom je fouten in het proces.
Nederlandse aanpak blijft afwijkend
Omdat Nederland niet deelneemt aan fase 6, blijven gecombineerde aangiften niet toegestaan. Dit betekent dat bedrijven te maken houden met:
- een aparte Entry Summary Declaration (ENS) voor veiligheidsgegevens
- een afzonderlijke vervoersaangifte
De Douane zorgt er wel voor dat de gegevensuitwisseling met andere landen soepel blijft verlopen.